kinderlied

Verschillende soorten kinderliedjes:

  • canon
  • stapellied
  • traditioneel kinderlied, klassiek achtige begeleiding of hoempa
  • “pop” achtig kinderlied, ook blues of reggae
  • werelddeel bv Zuid-Amerikaans liedje, calypso of Polka

Kies een invalshoek:

Welles-Nietes (hoempa begeleiding)

 

 

Functie van een kinderlied

Een onderwerp voor de tekst gekoppeld aan een stijl. Een liedje heeft vaak een functie: bv

  • “Tippetappe” – articulatie oefening. 
  • “10 kleine visjes” stapelliedje – geheugen training
  • “ik ben zo zenuwachtig” – trainen legato/staccato
  • klapliedjes – ritmische/metrische training
  • I like the flowers” canon – trainen meerstemmigheid
  • Zakdoekje leggen” of “schipper mag ik overvaren”  – liedjes met een spelletje
  • Quodlibet – 2 liedjes door elkaar (in bundel come follow me)
  • spreekcanon

 

  • klassieke kinderliedje  – klassieke of traditionele  begeleiding, harmonieën.

  • Hou melodie eenvoudig, hou rekening met bereik van de kinderstem

 

Voorbeelden:

De griezelige tovenaar:

De verliefde stieros:

 

 

 

 

Andere voorbeelden

Oude en nieuwe kinderliedjes

Kinderliedjes van Jeroen Schipper

 

 

 

 

de kinderstem

“Waarom zingen de kinderen zo slecht?’ ‘Ze brommen maar wat, hoe kan dat?‘ Als docent muziek krijg je deze vraag vaak van leerkrachten. Het antwoord is eigenlijk heel simpel: leerkrachten en kinderen zingen vaak veel te laag. 

Er worden heel veel mooie kinderliedjes geschreven en je mag er van uit gaan dat de meeste liedbundels van educatieve uitgevers verantwoorde liedjes bevatten. Die houden rekening met de juiste stemomvang van kinderen. Het is dan wel belangrijk dat je inzet op de aangegeven begintoon.

Wat je ook vindt van K3. De meeste liedjes zijn muzikaal verantwoord en kinderen kunnen deze liedjes op een voor de stem geschikte hoogte meezingen. Maar er worden ook veel commerciële liedjes gemaakt voor educatieve programma’s zoals bijvoorbeeld het liedje zes heksen (Sesamstraat):

Leuke liedjes met een educatieve boodschap maar ingezongen door een volwassene en dus voor kinderen te laag. Terwijl er eigenlijk een heel simpele manier is om dit probleem op te lossen: Zing het een paar toontjes hoger!

De handicap van youtube

Het valt op dat steeds meer scholen de liedbundels links laten liggen en de bekende liedjes van tv op youtube opzoeken om ze in de klas te zingen. Of ze gebruiken deze voor vieringen. Lekker handig voor de leerkracht; want de kinderen ‘kennen’ ze al en je denkt dan, dat je ze het lied niet meer hoeft aan te leren. De kinderen kunnen dan thuis lekker verder zingen achter de computer. Maar veel van deze liedjes zijn te laag – ingezongen door volwassenen. Dat zingt voor ons lekker weg, maar kinderen hebben nu eenmaal kleinere stembanden en zingen dus veel hoger.

Terug naar de blokfluit?

Vroeger leerden toekomstige juffen en meesters blokfluiten op de opleiding. Hoe suf dat nu ook klinkt; ‘Het was zo gek nog niet!’ De sopraanblokfluit is namelijk ongeveer het bereik van een kinderstem! Hij gaat niet lager dan een lage c en eigenlijk moet je met kinderen ook niet lager willen zingen.

Dat kleuters alleen maar kleuterdreunen zouden mogen zingen is achterhaald en in de bovenbouw mag je ook best popliedjes zingen. Zoek alleen wel de juiste liedjes uit. Zing zelf de laagste toon uit het liedje en controleer of dit niet veel lager is dan de lage c op een blokfluit of de c op de piano bij (in het midden).

De kinderstem: bereik, mutatie

De kinderstem van 0 jaar tot even na de mutatie onderscheidt zich, evenals de stem van de volwassene, in omvang en timbre. Het idee dat de kinderzangstem een omvang heeft van c’ tot c’’ is wat achterhaald. Lange tijd werden tijdens het zingen op school tonen buiten dit toongebied gemeden. Onderzoek wees echter uit dat de omvang van de kinderzangstem gemiddeld 1,5 octaaf bedraagt, waarbij een omvang van twee octaven en zelfs meer geen uitzondering vormt.

Let wel dat het hier niet gaat om de totale omvang van de kinderstem, die is uiteraard veel groter (roepen, juichen). Bij gezonde en getrainde kinderstemmen is de gemiddelde omvang van de zangstem:

4   – 7 jaar…..d’ – e”            

7   – 10 jaar….f ’- f ”   

10 – 12 jaar…..c’ – g”

jongens 11 – 12 jaar…..c’ – f ”

jongens 13 – 14 jaar…..e  – d”, met onder invloed van de mutatie een licht tenorale klank

 

Zeer goed getrainde jongensstemmen blijken vaak, ook tot één à twee jaar na de mutatie, de volledige omvang van de kinderzangstem behouden te hebben en deze te kunnen gebruiken. Ook de gemiddelde scholier die muteert behoudt de kinderstem. Wanneer zingen door hem echter als gek of kinderachtig wordt ervaren zal hij zo snel mogelijk de nieuw verworven laagte benadrukken, teneinde vooral flink zijn volwassenheid te manifesteren. Het spreekt voor zich dat zulk gedrag funest is voor de jonge mannenstem. Het feit dat de kinderstem niet meer aangesproken wordt betekent een onverbiddelijke teloorgang. Onder invloed van fysiologische rijping de stembanden verandert de jongensstem geleidelijk in een (jonge)mannenstem, die overigens nog niet het eindproduct is, namelijk de volwassen mannenstem. De stem wint aan laagte en klinkt voller (tot ongeveer e klein octaaf). De kinderstem blijft behouden en is bruikbaar of zou bruikbaar moeten kunnen blijven tijdens de mutatie. Na de mutatie is de gemiddelde omvang van de zangstem Bes (groot octaaf ) – c’.

 

Register

Een register is een groep tonen met een gelijke klankkleur en een gelijkwaardige kwaliteit, bewerkstelligd door een en hetzelfde mechanisme van klankvoortbrenging. De oorspronkelijke kinderstem blijft (latent) aanwezig. Deze zal zich nu manifesteren als falsetregister (ook wel kopstem genoemd), omdat er een duidelijk kleurverschil bestaat tussen de halfwas mannenstem en de kinderstem. Bij zeer goed getrainde jongeren komt het voor dat er een vrijwel “breukloze” overgang is tussen kinder- en jongemannenstem.

Men zou dan ook kunnen spreken van twee soorten falsetregisters:

– De tijdens en na de mutatie onbenutte oorspronkelijke kinderstem, die verkommerd is en waarvan niets anders is overgebleven dan een zwak, hees en klankarm restant.

– De tijdens en na de mutatie blijvend aangesproken en liefst goed geschoolde en oorspronkelijke kinderstem, die nog steeds helder en vol van klank is. Geen duidelijke breuk tussen kinder- en (jonge)mannenstem. Hier vormt het falsetregister een wezenlijk bestanddeel van de totale omvang van de zangstem.

Omdat muteren geen ziekte is kan de mutant gewoon blijven doorzingen, zij het dat er op toegezien moet worden dat hij de stem in de laagte niet forceert. Jongemannenstemmen zijn vaak nog niet duidelijk te onderscheiden in tenoren en bassen. Toch vraagt de omvang om zang binnen het kader van de gemengde stemmen, dus sopraan-alt-tenor-bas of sopraan-alt-bariton. Halfwas mannenstemmen zijn dan ook doorgaans het meest gebaat bij een baritonligging (c klein octaaf – as’). Ook meisjes muteren, zij het in zeer lichte mate. Vaak klinkt de stem in deze periode wat hees en zingt het meisje liever laag, terwijl het timbre toch duidelijk wijst in de richting van een hoge stem. Tijdelijk kan aan haar wens gehoor gegeven worden. Na de mutatie zal het meisje -in de meeste gevallen- uit zichzelf weer kiezen voor een plaats bij de ‘eerste stem’, de sopranen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samenvatting en enige aanvullingen

  1. Tot aan het tiende levensjaar verandert er binnen de totaalomvang weinig. Best aansprekende stemgebied is gemiddeld: f1 – f2 (d1 – e1). Daarna wordt, bij jongens, de onderste begrenzing van het best aansprekende en klinkende stemgebied gestaag lager. Men noemt dit wel voormutatie. De klankkleur wordt donkerder. De hoogte blijft intact, maar wordt niet graag benut en verkommert vaak. Met de voormutatie moet tijdens het zingen in de klas rekening gehouden worden: een lied nooit  klakkeloos in de genoteerde toonsoort zingen, maar zo nodig aanpassen of transponeren.

 

  1. Bij meerstemmig zingen met gelijke stemmen af en toe de stemmen onderling verwisselen. Voormutanten zingen de laagste partij (let op: licht zingen, niet duwen). Canons zingen om ook de voormutanten de gelegenheid te geven het hoogste stemgebied nog aan te spreken, daar dit anders wegkwijnt.

 

  1. Zet nooit een kind met een hoog, helder stemgeluid bij de derde, meestal laagste partij, omdat het zo muzikaal een tegenmelodie kan zingen!

 

Vocale groepen / koor

Gevarieerd arrangeren

Als je gaat arrangeren zijn de mogelijkheden waarop je dat gaat doen legio.  Hoe maak je keuzes uit al die mogelijkheden? Een goede startpunt is om te bedenken wat je aantrekkelijk vindt aan het stuk. Dat is dus wat je over wilt brengen met het arrangement.

Wordt je gegrepen door de tekst? Of door de harmonieën? Of door de melodie? Of intrigeren de dissonanten? Of vind je het baslijntje goed of de groove? Of word je juist geraakt de leegte van het stuk? Dat wat je aantrekkelijk vind aan het stuk bepaalt je uitgangspunt bij het schrijven van je arrangement.

Tekst

Als je onder de indruk bent van de tekst van een stuk, wil je er zeker van zijn dat die tekst aankomt bij het luisteraar. Een goede keuze is dan om het hele koor de tekst homofoon te laten zingen. Stemmen zijn homofoon als ze hetzelfde ritme en dezelfde tekst hebben, maar verschillende toonhooges zingen.

De luisteraar neemt dan het geheel van de stemmen waar en niet zozeer de lijnen van de afzonderlijke stemgroepen. Hieronder staat als voorbeeld een homofoon fragment van She’s leaving home van The Beatles:

Melodie

Stel dat je de melodie van een nummer mooi vindt en je wilt die melodie sterk naar voren laten komen. Zorg er dan voor dat er geen stemmen zijn die afleiden van de melodie. Schrijf de begeleidende stemmen op een niet-opdringerige klank, bijvoorbeeld op ooh of doo. In het onderstaande fragment van Yesterday van The Beatles zingt de tenor de melodie. De andere stemmen zingen rustige akkoorden:

Groove

Stel dat je de groove van een liedje over wil laten komen. Dit geeft een heel ander uitgangspunt voor het arrangement. In dat geval krijgen de stemmen een ritmische benadering en gaat het om de manier waarop de stemmen elkaar ritmisch aanvullen. Hieronder staat als voorbeeld Come together van The Beatles. De groove wordt neergezet door een zeer herkenbare tweestemmige baslijn. De toonsoort F-groot is hier gekozen om die baslijn goed uit te laten komen. De melodie wordt in kwartparallellen gezongen door de vrouwenstemmen:

Harmonie

Het kan zijn dat je gefascineerd bent door de harmonieën van een stuk. Eén manier om de akkoorden over te laten komen is door homofoon te schrijven. Een andere manier is om de akkoorden in de begeleiding een opvallend ritme mee te geven. Als voorbeeld staat hieronder The man I love van Gershwin. De relatief eenvoudige melodie krijgt kleur door de bijzondere onderliggende harmonieën. In dit arrangement worden de akkoorden door de drie onderstemmen homofoon gezongen op repeterende noten en de melodie ligt in de sopraan:

Riff

Sommige stukken zijn opgebouwd rond een motief of loopje, ook wel riff genoemd. Als je zo’n riff als uitgangspunt voor een arrangement neemt, moet het op een prettige hoogte worden gelegd. Hieronder staat als voorbeeld Day Tripper van The Beatles. Om dit  loopje kracht bij te zetten zingen bas en alt het in octaven:

Sprekende eenvoud

Een heel ander uitgangspunt kan juist de eenvoud of de verstild-heid van een stuk zijn. In een arrangement kan zulke ‘leegte’ worden gecreëerd door weinig volledige harmonieën te laten klinken, door weinig beweging te schrijven en door stemmen min of meer onafhankelijk van elkaar te maken. Hieronder staat als voorbeeld een fragment van Embraceable you van Gershwin waarvan juist de leegte moet gaan ontroeren. We beginnen met een enkelvoudige hoge noot in de sopraan en geleidelijk komen de andere stemmen erbij:

Homofoon

Stemmen zijn homofoon als ze hetzelfde ritme en dezelfde tekst hebben, maar verschillende toonhoogtes zingen:

Homofone stemmen zingen dus samen akkoorden. Je zou ook kunnen zeggen dat de stemmen samen een (in sync) harmonisatie vormen van de melodie.

Hier is hetzelfde fragment van She’s leaving home als hierboven, maar nu niet-homofoon gearrangeerd. De melodie ligt in de sopraan. De bas zingt een geheel eigen lijn. (out of sync) De alt en tenor zingen begeleidende noten. Merk op dat de alt en de tenor samen wel homofoon zijn:

Als een aantal stemmen homofoon zingt en ze min of meer even sterk klinken, wordt de aandacht vanzelf getrokken door de bovenste stem. In de meeste gevallen wordt daarom de melodie in de bovenste stem gelegd.

Arrangeren in lagen

Als stemmen homofoon zingen, vormen ze een eenheid. De toehoorder neemt niet zozeer de individuele lijnen waar, maar de akkoorden die er samen worden gezongen. Stemmen die homofoon zijn, noemen we een laag. Hoe meer lagen een arrangement heeft, des te complexer de structuur ervan is. Een arrangement met meerdere lagen is ingewikkelder om te schrijven en is ook lastiger om uit te voeren.

De eenvoudigste structuur die je een arrangement kan geven is om alle stemmen in één laag te schrijven, dus om alle stemmen homofoon te maken. Zoals gezegd, schrijf je dan meestal de melodie dan in de bovenste stem.

Schematisch zou je dat als volgt weer kunnen geven:

Een manier om twee lagen te creëren, is om de melodie los te halen van de andere stemmen. Het arrangement heeft dan dus een laag voor de melodie en een laag met een homofone begeleiding:

Een andere manier om twee lagen te creëren, is door de bas los te halen van de andere stemmen:

Als je zowel de melodie als de bas losmaakt van de overige stemmen, krijgt het arrangement drie lagen:

(bron: Thijs Krammer)

Backing Vocals

 

  • Backing vocals dienen vaak om bepaalde vormonderdelen een extra “boost” te voorzien.
  • Backing vocals genereren vaak extra muzikale energie. Een veelgebruikt songwriters en arrangeer principe is het principe van contrastwerking:
  • Een A-tje dat klein van opzet is – dun gearrangeerd – 1 stemmig
  • Een B-tje waarin uitgepakt wordt: meer dynamiek en steviger geïnstrumenteerd + voorzien van Backing vocals.
  • Backing vocals dienen spaarzaam gebruikt te worden. Overal backing vocals kan vermoeiend werken tenzij je werkt met een stijl die juist bestaat uit geharmoniseerde vocals (close harmony, barbershop e.d.) Goede stukken bestaan vaak uit een mix van niet-geharmoniseerde en geharmoniseerde melodielijnen.

Lees verder “Backing Vocals”