de kinderstem

“Waarom zingen de kinderen zo slecht?’ ‘Ze brommen maar wat, hoe kan dat?‘ Als docent muziek krijg je deze vraag vaak van leerkrachten. Het antwoord is eigenlijk heel simpel: leerkrachten en kinderen zingen vaak veel te laag. 

Er worden heel veel mooie kinderliedjes geschreven en je mag er van uit gaan dat de meeste liedbundels van educatieve uitgevers verantwoorde liedjes bevatten. Die houden rekening met de juiste stemomvang van kinderen. Het is dan wel belangrijk dat je inzet op de aangegeven begintoon.

Wat je ook vindt van K3. De meeste liedjes zijn muzikaal verantwoord en kinderen kunnen deze liedjes op een voor de stem geschikte hoogte meezingen. Maar er worden ook veel commerciële liedjes gemaakt voor educatieve programma’s zoals bijvoorbeeld het liedje zes heksen (Sesamstraat):

Leuke liedjes met een educatieve boodschap maar ingezongen door een volwassene en dus voor kinderen te laag. Terwijl er eigenlijk een heel simpele manier is om dit probleem op te lossen: Zing het een paar toontjes hoger!

De handicap van youtube

Het valt op dat steeds meer scholen de liedbundels links laten liggen en de bekende liedjes van tv op youtube opzoeken om ze in de klas te zingen. Of ze gebruiken deze voor vieringen. Lekker handig voor de leerkracht; want de kinderen ‘kennen’ ze al en je denkt dan, dat je ze het lied niet meer hoeft aan te leren. De kinderen kunnen dan thuis lekker verder zingen achter de computer. Maar veel van deze liedjes zijn te laag – ingezongen door volwassenen. Dat zingt voor ons lekker weg, maar kinderen hebben nu eenmaal kleinere stembanden en zingen dus veel hoger.

Terug naar de blokfluit?

Vroeger leerden toekomstige juffen en meesters blokfluiten op de opleiding. Hoe suf dat nu ook klinkt; ‘Het was zo gek nog niet!’ De sopraanblokfluit is namelijk ongeveer het bereik van een kinderstem! Hij gaat niet lager dan een lage c en eigenlijk moet je met kinderen ook niet lager willen zingen.

Dat kleuters alleen maar kleuterdreunen zouden mogen zingen is achterhaald en in de bovenbouw mag je ook best popliedjes zingen. Zoek alleen wel de juiste liedjes uit. Zing zelf de laagste toon uit het liedje en controleer of dit niet veel lager is dan de lage c op een blokfluit of de c op de piano bij (in het midden).

De kinderstem: bereik, mutatie

De kinderstem van 0 jaar tot even na de mutatie onderscheidt zich, evenals de stem van de volwassene, in omvang en timbre. Het idee dat de kinderzangstem een omvang heeft van c’ tot c’’ is wat achterhaald. Lange tijd werden tijdens het zingen op school tonen buiten dit toongebied gemeden. Onderzoek wees echter uit dat de omvang van de kinderzangstem gemiddeld 1,5 octaaf bedraagt, waarbij een omvang van twee octaven en zelfs meer geen uitzondering vormt.

Let wel dat het hier niet gaat om de totale omvang van de kinderstem, die is uiteraard veel groter (roepen, juichen). Bij gezonde en getrainde kinderstemmen is de gemiddelde omvang van de zangstem:

4   – 7 jaar…..d’ – e”            

7   – 10 jaar….d’- f”   

10 – 12 jaar…..c’ – g”

jongens 11 – 12 jaar…..c’ – f ”

jongens 13 – 14 jaar…..e  – d”, met onder invloed van de mutatie een licht tenorale klank

 

Zeer goed getrainde jongensstemmen blijken vaak, ook tot één à twee jaar na de mutatie, de volledige omvang van de kinderzangstem behouden te hebben en deze te kunnen gebruiken. Ook de gemiddelde scholier die muteert behoudt de kinderstem. Wanneer zingen door hem echter als gek of kinderachtig wordt ervaren zal hij zo snel mogelijk de nieuw verworven laagte benadrukken, teneinde vooral flink zijn volwassenheid te manifesteren. Het spreekt voor zich dat zulk gedrag funest is voor de jonge mannenstem. Het feit dat de kinderstem niet meer aangesproken wordt betekent een onverbiddelijke teloorgang. Onder invloed van fysiologische rijping de stembanden verandert de jongensstem geleidelijk in een (jonge)mannenstem, die overigens nog niet het eindproduct is, namelijk de volwassen mannenstem. De stem wint aan laagte en klinkt voller (tot ongeveer e klein octaaf). De kinderstem blijft behouden en is bruikbaar of zou bruikbaar moeten kunnen blijven tijdens de mutatie. Na de mutatie is de gemiddelde omvang van de zangstem Bes (groot octaaf ) – c’.

 

Register

Een register is een groep tonen met een gelijke klankkleur en een gelijkwaardige kwaliteit, bewerkstelligd door een en hetzelfde mechanisme van klankvoortbrenging. De oorspronkelijke kinderstem blijft (latent) aanwezig. Deze zal zich nu manifesteren als falsetregister (ook wel kopstem genoemd), omdat er een duidelijk kleurverschil bestaat tussen de halfwas mannenstem en de kinderstem. Bij zeer goed getrainde jongeren komt het voor dat er een vrijwel “breukloze” overgang is tussen kinder- en jongemannenstem.

Men zou dan ook kunnen spreken van twee soorten falsetregisters:

– De tijdens en na de mutatie onbenutte oorspronkelijke kinderstem, die verkommerd is en waarvan niets anders is overgebleven dan een zwak, hees en klankarm restant.

– De tijdens en na de mutatie blijvend aangesproken en liefst goed geschoolde en oorspronkelijke kinderstem, die nog steeds helder en vol van klank is. Geen duidelijke breuk tussen kinder- en (jonge)mannenstem. Hier vormt het falsetregister een wezenlijk bestanddeel van de totale omvang van de zangstem.

Omdat muteren geen ziekte is kan de mutant gewoon blijven doorzingen, zij het dat er op toegezien moet worden dat hij de stem in de laagte niet forceert. Jongemannenstemmen zijn vaak nog niet duidelijk te onderscheiden in tenoren en bassen. Toch vraagt de omvang om zang binnen het kader van de gemengde stemmen, dus sopraan-alt-tenor-bas of sopraan-alt-bariton. Halfwas mannenstemmen zijn dan ook doorgaans het meest gebaat bij een baritonligging (c klein octaaf – as’). Ook meisjes muteren, zij het in zeer lichte mate. Vaak klinkt de stem in deze periode wat hees en zingt het meisje liever laag, terwijl het timbre toch duidelijk wijst in de richting van een hoge stem. Tijdelijk kan aan haar wens gehoor gegeven worden. Na de mutatie zal het meisje -in de meeste gevallen- uit zichzelf weer kiezen voor een plaats bij de ‘eerste stem’, de sopranen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samenvatting en enige aanvullingen

  1. Tot aan het tiende levensjaar verandert er binnen de totaalomvang weinig. Best aansprekende stemgebied is gemiddeld: f1 – f2 (d1 – e1). Daarna wordt, bij jongens, de onderste begrenzing van het best aansprekende en klinkende stemgebied gestaag lager. Men noemt dit wel voormutatie. De klankkleur wordt donkerder. De hoogte blijft intact, maar wordt niet graag benut en verkommert vaak. Met de voormutatie moet tijdens het zingen in de klas rekening gehouden worden: een lied nooit  klakkeloos in de genoteerde toonsoort zingen, maar zo nodig aanpassen of transponeren.

 

  1. Bij meerstemmig zingen met gelijke stemmen af en toe de stemmen onderling verwisselen. Voormutanten zingen de laagste partij (let op: licht zingen, niet duwen). Canons zingen om ook de voormutanten de gelegenheid te geven het hoogste stemgebied nog aan te spreken, daar dit anders wegkwijnt.

 

  1. Zet nooit een kind met een hoog, helder stemgeluid bij de derde, meestal laagste partij, omdat het zo muzikaal een tegenmelodie kan zingen!