songwriting – bas

Bas-statements: voorbeelden van songs die vanuit een basriff zijn geschreven:

Billie Jean:

Get on the floor – Michael Jackson (Louis Johnson baslijn)

 

 

“Baspedal” : basnoot blijft liggen – akkoord verandert:

Seal – crazy:

You Oughta know – Alanis Morissette:

Praying for time – George Michael:

 

“Dalende bas”

While my guitar gently weeps – Beatles:

Everything must change – Randy Crawford

All the young dudes – David Bowie

Hello – Lionel Richie

 

 

Rick Beato over “every little thing she does is magic”;  lydische baslijn: 

 

Transcriptie + notatie

Een transcriptie maken of  “een liedje uitzoeken” + de notatie daarvan is eigenlijk een onderwerp dat hoort bij solfege. Op het internet circuleert veel rotzooi als het om partijen gaat; verkeerde toonsoorten, verkeerde akkoorden, onoverzichtelijk genoteerd boven de tekst etc etc.  Ook uitgegeven partijen zijn soms op te erg versimpeld en aangepast waardoor het klinkend resultaat niet is zoals je zou hopen.

De beste methode is om het zelf uit te zoeken en uiteindelijk een klinkend resultaat te hebben dat overeen komt met de klinkende opname.

Let wel dat het uitzoeken van liedjes oefening vergt en dat het zeker in het begin veel tijd kan kosten. Het is echter zeer goed voor de gehoortraining en zoals gezegd zeer praktisch om te kunnen.

Tips:

  1. zorg voor goede afspeelapparatuur, liefst een apparaat of programma dat snel heen een weer kan spoelen en met een goede pauzeknop. Soms moet je 10-15 keer een klein stukje terug om precies te horen wat er gespeeld is.
  2. Gebruik een koptelefoon; daar hoor je veel meer detail dan over gewone speakers.
  3. Zorg dat je afspeel apparatuur binnen handbereik is terwijl je achter de piano zit. Afspelen – luisteren en zoeken/ naspelen op de piano moet niet onderbroken worden door een wandeling van 5 meter om van je stereo naar de piano te komen. Dan is nl de “blauwdruk” van het gehoorde vaak alweer verdwenen.
  4. Luister eerst een aantal keer naar het hele nr en probeer al globale zaken als tempo, maatsoort, toonsoort en mineur of majeur karakter te achterhalen.
  5. Noteer melodie vorm en harmonisch schema: gebruik daarbij 1 notenbalk en 4 maten per regel. Akkoorden boven de balk. 
  6. Noteer indien je een volledige transcriptie maakt (en niet alleen een leadsheet) de overige partijen op aparte balken. 
  7. Luister gedetailleerd en zo nodig maat voor maat en probeer per maat de juiste akkoorden te vinden. Vaak kun je door goed naar de bas te luisteren de grondtoon van het akkoord achterhalen.
  8. Zing of speel samen met de gevonden basnoot/grondtoon de melodie. Melodie en bas vormen de uiteinden van de harmonie. De rest is een kwestie van invullen.
  9. Probeer met de 2 al gevonden noten de harmonie verder te achterhalen, doe dat ook door een aantal opties na te gaan: is het mineur/majeur/dominant. Is het een drieklank of een complexer akkoord?  Probeer deze opties ook gelijk te spelen en steeds te vergelijken met de opname. Komt het overeen? Mooi. Zo niet dan moet je verder zoeken.
  10. Probeer een beeld te krijgen bij de klank van verschillende akkoordtypen; bv maj heeft een zachte consonante klank; dominant is oplossingsgericht. Mineur klinkt in veel oren “melancholisch” majeur meer opgewekt.
  11. Check bij lastig te horen klanken of er soms een andere akkoordnoot in de bas zit. Bv de terts. Is er sprake van een cadens; II-V-I, halfverminderd akkoord? Toevoegingen?
  12. Als het niet lukt om de klank als zodanig te herkennen probeer hem dan te herleiden door naar de onafhankelijke noten te luisteren. Welke noten kun je onderscheiden naast bas en melodie?

Voorbeeld transcriptie:

Dancing in the Street transcriptie

Songwriting vertrekpunten

 

Opdrachten rond verschillende vertrekpunten/perspectieven bij van het schijven van songs. 

Begin met:

1.

  • tekst random woorden (zet 6 zelfst. naamwoorden bij elkaar)
  • Melodie adv een motief
  • basloopje (dalende bas, pedal)

2.

  • akkoordprogressie met random akkoorden – begin met 3 akkoorden 
  • bestaand akkoordenschema als uitgangspunt (bv kwintval sequens, 4 chords, schema van bestaand stuk)
  • tekst: brainstorm / woordspin

3.

  • groove met muzikale stijl als uitgangspunt (bv disco liedje, ballad, blues, reggae, klassiek)
  • repeterende noot
  • stijlimitatie a.d. voorbeeld: bv beatles, motown,  stijlimitatie voorbeelden (klik)

4.

  • melodie n.a.v. een random gekozen interval 
  • Over hetzelfde gegeven (groove, akkoordenschema) maak je verschillende vormonderdelen. (Wanna be startin’)
  • als beginpunt een eenvoudige ritmische groove (bv alleen een shaker en conga’s)

 

arrangereren van klassieke stukken

Basis:

  • Wat zijn de mogelijkheden van je instrumenten; wat is speelbaar en wat niet
  • Wat zijn de bereiken van je instrumenten zijn 

Arrangeertips:

  • Samenklanken die goed klinken op de piano klinken niet altijd goed op andere instrumenten. bv akkoorden met grote intervallen 
  • Noten dicht bij elkaar mengen vaak beter met elkaar 
  • Instrumenten in een zelfde kleurgroep mengen beter met elkaar
  • Natuurtoon instrumenten (weinig boventonen) fungeren makkelijker als “harmonie instrumenten” – hoorns, trombones mengen prachtig samen. Bij instrumenten die veel boventonen produceren (bv hobo, fagot) kunnen de harmonie soms “modderig” maken. Betekent niet dat het niet kan of mag. Met hoorns, trombones is succes echter verzekerd. 
  • Hoge noten op blaasinstrumenten kosten veel moeite om te spelen. Bv een hoge b op een trompet (2 oktaven boven centrale c) klinken op de piano prima maar vaak geknepen op een trompet. 
  • Laat 2 strijkers geen unisono melodieën spelen. (intonatie verschillen laten dit niet goed klinken)

 

Voorbeelden van arrangementen van klassieke stukken

Origineel:

Orkestratie door Debussy

Orgelfuga Mozart:

Bewerkt voor 3 saxofoons:

 

Bach Contrapuntus XIX:

 

Bewerking voor 8 stemmen:

Orkestratie van Luciano Berio: 

 

 

Chopin nocturne: bewerkt voor piano + viool 

Nocturne Chopin – origineel:

Orkest versie:

 

studeren

Het studeren van lichte muziek vereist een iets andere benadering dan het studeren van klassieke muziek. Bij klassieke muziek bestaat het studiemateriaal vaak heel concreet uit exact genoteerd materiaal. Het is de bedoeling dat je precies speelt wat er staat en daar je interpretatie aan geeft. Bij lichte muziek ligt dat anders en vooral veel ruimer. Er zijn minder strikte regels , er is meer vrijheid en er zijn veel verschillende manieren om dingen te spelen, m.a.w. er wordt veel meer aan het initiatief van de speler overgelaten. Dat is voor sommige mensen heel prettig. Anderen hebben met die ruimte juist moeite en weten eigenlijk vaak niet wat ze moeten doen. 

Studietips:

  • Maak opnames tijdens de lessen, liefst op video zodat je terug kunt kijken en luisteren. Het is effectiever dan dingen uitschrijven en bovendien leg je zaken (bv een feel of groove van een nummer) vast die lastig te noteren zijn.
  • Studeer regelmatig. Niet 3 uur op maandagavond als op dinsdagochtend je les is. Veel effectiever is dagelijks een  half uur of 3 kwartier. Daar bouw je routine, conditie mee op en laat je materiaal, ook theoretisch veel meer beklijven
  • Studeer effectief en efficiënt
  • Zorg voor een opbouw in je studeren.

Onderwerpen afbakenen:

Begin bv met:

  • 10 minuten techniek/toonladders
  • daarna akkoordoefeningen of iets in een theoretisch kader b.v. akkoord-oefeningen, uitzoeken van een liedje
  • het studeren van een stuk, patroon, groove
  • en eindig met een stukje van blad spelen.
  • Studeer met metronoom. Het allerbelangrijkste bij het begeleiden is een goede pulse! 
  • Vraag jezelf af bij alles wat je studeert of het goed genoeg is, of het beter kan en zo ja hoe je dat dan kan doen?
  • Luister naar voorbeelden. Hoe speelt een pianst op de plaat? Als je een R’n’B nr gaat spelen ga dan eerst op een analytische manier naar R ‘n’ B luisteren. Wat zijn karakteristieken van die stijl en hoe kun je die vertalen naar 
  • Luisteren luisteren luisteren naar zoveel mogelijk muziek 

 

Voorbeeld van een jazz-practise routine:

  1. techniek – oefeningen en etudes (20 min)
  2. toonladders, II-V-I tjes en voicings (20 min)
  3. stuk studeren (20 min)
  4. uitzoeken van links, voicings, (dingen die je bv in opnames van andere pianisten gehoord hebt en tof vindt (20 min)
  5. soleren – trainen met backing tracks (20 min)
  6. prima vista van blad lezen (20 min) (teoria.com)

Belangrijk is om materiaal te verzamelen bv een lijstje met mooie voicings, toffe licks etc en vooral met vragen naar de les te komen. Vraaggericht studeren is de hoogst haalbare vorm van studeren.

van blad lezen

 

Als muzikant en zeker als muziekdocent is het belangrijk om degelijk van blad te kunnen lezen en tot op een redelijk niveau iets prima vista te kunnen lezen en spelen.

Van blad lezen kun je heel goed trainen.

Leestips:

  • zoek bladmuziek op jouw leesniveau, niet te makkelijk en niet te moeilijk.
  • kijk naar het blad, niet naar de toetsen, ook niet tussendoor 
  • lees iets vooruit, zeker bij lange noten
  • probeer patronen te zien in de noten (toonsoort, akkoorden, harmonische context)
  • neem dynamische aanwijzingen mee vanaf het begin
  • Van blad lezen en spelen is als typen: naarmate je meer routine en handigheid krijgt gaan je vingers automatisch naar de juiste toetsen.
  • Eén vd moeilijke dingen bij het van blad lezen is het lezen en spelen van het juiste ritme; hardop tellen helpt!
  • Oefenen!

 

Oefening noten lezen (klik)